| terug |
|
Feed for Food |
|
|
|
Diervoeders vormen een belangrijke schakel in de dierlijke productieketen: Zij hebben directe invloed op de kwaliteit en veiligheid van voedingsmiddelen van dierlijke oorsprong. Consumenten van vlees, melk en eieren verwachten dat veehouderij, industrie en detailhandel veilige en ook anderszins kwalitatief hoogwaardige producten leveren. De diervoedersector en voorliggende schakels van grondstoffenleveranciers maken deel uit van de voedingsmiddelenindustrie. Hét motto van het kwaliteitsbeleid in de diervoederindustrie luidt daarom: ‘Feed for Food’. Bij diervoeder is behalve de veiligheid voor de consument, ook van belang dat het gezond is voor het dier dat het opeet en dat het niet via de mest schade toebrengt aan het milieu. De overheid stelt in de diervoederwetgeving de voorwaarden die de kwaliteit van het diervoeder en daarmee van vlees, melk en eieren waarborgen. De bedrijven in de diervoedersector hebben de verantwoordelijkheid om deze wettelijke producteisen en eventueel andere, vanuit de markt gestelde eisen te realiseren. Sinds 1992 wordt hiervoor een kwaliteitssysteem, Good Manufacturing/Managing Practice, toegepast. Dankzij dit systeem, beter bekend als de GMP-regeling, kunnen bedrijven waarborgen dat diervoeders en ingrediënten voor diervoeders aan meer voldoen dan alleen aan de wettelijke voorschriften en de kwaliteitseisen die met de ketenpartijen zijn afgesproken. Medio 1999 is gestart met het verder uitbouwen van dit kwaliteitssysteem. Integrale ketenbeheersing In nauw onderling overleg hebben de betrokken sectoren spelregels voor de productie van dergelijke voedingsmiddelen opgesteld. Dit is het zogeheten systeem van Integrale Ketenbeheersing (IKB) voor vlees en eieren en Keten Kwaliteit Melk (KKM) voor zuivel. Deze systemen zijn gericht op het waarborgen van de kwaliteit van voedingsmiddelen wat betreft de gezondheid voor de mens. Het doel van de integrale ketenbeheersingsystemen is dat alle schakels in de voedselketen die betrokken zijn bij de productie van vlees, melk en eieren produceren onder goed gecontroleerde omstandigheden. Voor de bedrijven in de diervoedersector bestaat de mogelijkheid dit te realiseren door deel te nemen aan de GMP-regeling diervoedersector van het Productschap Diervoeder. Centraal in deze regeling staat het waarborgen van de gewenste kwaliteit van diervoeders in relatie tot de veiligheid van: - mens (volksgezondheid) als consument van dierlijke producten Deze kwaliteitsborging moet het vertrouwen hebben van de consumenten, van de ketenpartijen in de dierlijke productie en afzet (detailhandel) en van de overheid. Deelname aan de GMP-regeling diervoedersector is vrijwillig. Toch doen bijna alle bedrijven er aan mee. In een aantal ketenkwaliteitssystemen is ook als voorwaarde voor veehouders opgenomen dat zij uitsluitend voeders mogen betrekken van GMP-erkende voerleveranciers. Dit is het geval in: - de IKB-regeling varkens De diervoedersector is een belangrijke schakel in de keten van voedselproductie. De diervoedersector staat aan het begin van de dierlijke productieketen. Kwaliteit van melk, ongewenste stoffen en producten en hygiëne (vooral salmonella). Deze systematiek van waarborging van diervoeders was onvoldoende toegesneden op het voorkomen van onvoorziene verontreinigingen. Het systeem was vooral gericht op reeds bekende risico's van grondstoffen en basisproducten en daarom réactief van aard. In de afgelopen jaren is in de Europese Unie de aandacht voor de relatie diervoeding voedselveiligheid sterk toegenomen. Dit is niet alleen veroorzaakt door de gekke-koeienziekte (BSE), maar ook door de dioxinebesmetting van Braziliaanse citruspulp (1998) en Belgische voedervetten (1999). Hieruit is afgeleid dat de reactieve aanpak niet toereikend is. Medio 1999 heeft het Productschap Diervoeder gekozen voor een versterking van de kwaliteitsborging in de diervoedersector door: - een próactieve aanpak in het beheersen van risico's in de gehele
voortbrengingsketen door een risicoanalytische benadering GMP-kwaliteitsborgingssysteem van reactief naar proactief De GMP-regeling diervoedersector is in 1992 ingevoerd. De regeling wordt gekenmerkt door: - generieke beheersmaatregelen in het voortbrengingsproces
(incl. monitoring) Het Productschap Diervoeder publiceert de GMP-regeling diervoedersector in een losbladige bundel, waarop belangstellenden zich kunnen abonneren. De GMP-regeling was tot medio 1999 vooral gericht op bekende risicofactoren wat betreft toevoegmiddelen Toevoegmiddelen zijn microcomponenten, zoals voerbespaarders (antibiotica), coccidiostatica, spoorelementen, vitamines, enzymen en probiotica, bindmiddelen, zuurteregelaars e.d. Risicoanalyse en HACCP De risicoanalytische benadering bevat drie componenten: - risicobeoordeling door wetenschappelijk advies en analyse van informatie Met deze benadering heeft de Nederlandse diervoedersector als eerste in Europa gekozen voor een systematiek van kwaliteitsborging (GMP plús HACCP) die ook door de Europese levensmiddelenindustrie wordt toegepast. Hiermee onderstreept de diervoedersector (inclusief toeleveranciers van grondstoffen) dat hij deel uitmaakt van de voedingsmiddelenketen. Het communicatiemotto van de vernieuwde kwaliteitsaanpak luidt daarom: ‘Feed for Food’. HACCP (Hazard Analysis Critical Control Points) is een systematische methode voor het analyseren op bedrijfsniveau van een voortbrengingsproces, het identificeren en beoordelen van de potentiële gevaren (hazards) voor de productkwaliteit en veiligheid. Dit moet de bedrijven in een keten in staat stellen proactief een adequate beheersing van alle mogelijke risico's (risks) op bedrijfsniveau tot stand te brengen. In de nieuwe benadering moet een goed evenwicht worden gevonden tussen preventieve beheersmaatregelen en monitoring van grondstoffen op aanwezigheid van risico’s. Uitgangspunt van dit Nederlandse kwaliteitsbeleid is dat de individuele ondernemer in elke schakel van de keten primair zelf verantwoordelijk is voor de kwaliteit van zijn producten en daarvoor ook aansprakelijk kan worden gesteld op basis van de wettelijke productaansprakelijkheid die in de Europese Unie geldt. De introductie van HACCP in de GMP-regeling noodzaakt de individuele ondernemer tot een proactieve risicobeheersing binnen zijn bedrijf, teneinde ook optimaal invulling te geven aan de verantwoordelijkheid voor zijn producten. De voorwaarde voor het toepassen van een HACCP-systeem geldt in het bijzonder voor de leveranciers van mengvoeders en enkelvoudige voedermiddelen (leveranciers aan veehouders) en voor de voedervettensector. Deze GMP-erkende ondernemers passen met ingang van 1 januari 2001 HACCP toe. Het Productschap Diervoeder heeft in maart 2000 de HACCP Handleiding Diervoedersector vastgesteld, die de bedrijven bij de invoering van HACCP in hun bedrijf kunnen hanteren. Vanaf medio 2000 geldt in de GMP-regeling de voorwaarde dat de toeleveranciers van grondstoffen voor mengvoeders en voedermiddelen ook op basis van een gecertificeerd kwaliteitssysteem (GMP, ISO 9001/2 of HACCP) de veiligheid van hun producten waarborgen. Risicobeoordeling De risicobeoordelingen van de productstromen op ketenniveau worden uitgevoerd door onafhankelijke kennisinstellingen (onder andere TNO Voeding). De resultaten hiervan publiceert het productschap in zijn zogeheten 'Kwaliteitsreeks’. Deze kunnen dienen als een referentie voor de risicobeoordelingen op bedrijfsniveau. Bij de beoordeling van gevaren is de volgende indeling te gebruiken: Het gaat hierbij om de volgende productstromen: a) mengvoedergrondstoffen, Aard Chemische gevaren (Micro-)biologische gevaren Fysische gevaren. Vreemde bestanddelen die in de grondstoffen aanwezig kunnen zijn of in het product terecht kunnen komen; en waardoor het product wordt hierdoor onveilig voor consumptie voor het dier. Voorbeelden De risicobeoordelingen van voedermiddelen in alle schakels van de keten vormen de basis voor een adequate risicobeheersing door de volgende vervolgactiviteiten: - identificatie van de risicofactoren in de voortbrengingsketen Risicobeheersing Deze beheersmaatregelen worden periodiek bijgesteld door nieuwe inzichten op basis van de risicobeoordelingen van productstromen. Op bedrijfsniveau kunnen op grond van de HACCP-benadering in aanvulling op de generieke beheersmaatregelen ook bedrijfsspecifieke beheersmaatregelen van toepassing zijn. Daarvoor heeft het productschap de 'HACCP Handleiding Diervoedersector' opgesteld (maart 2000), hetgeen een concretisering is van de algemene HACCP-leidraad van de Codex Alimentarius (World Health Organisation WHO) naar de situatie in de diervoedersector. Deze handleiding is gepubliceerd in een losbladige bundel. De GMP-regeling diervoedersector bestaat uit de volgende onderdelen, waarin de generieke beheersmaatregelen zijn opgenomen: - algemene GMP-code met eisen aan het kwaliteitssysteem (conform ISO 9002) > de productie van en handel in mengvoeders Deze lijst wordt aangevuld met specifieke beheersmaatregelen voor voeders op boerderijniveau. Ter versterking van de kwaliteitsborging in de diervoedersector geldt vanaf medio 2000 in de GMP-regeling diervoedersector de voorwaarde dat het kwaliteitssysteem zich ook dient uit te strekken tot de voorliggende schakels van productie van en handel in grondstoffen. Dit kwaliteitssysteem, gebaseerd op de HACCP-principes, moet zorg dragen voor inhoudelijke borging van de veiligheid van de grondstoffen met bestemming diervoeding. Kwaliteitsborging door grondstoffenleveranciers Voorwaarde voor GMP-erkende ondernemingen in de diervoedersector is dat zij van hun toeleveranciers waarborgen krijgen omtrent de beheersing van risicofactoren in de voorliggende schakels. Deze toeleveranciers dienen hun producten conform de GMP-voorwaarden te waarborgen. Een GMP-erkende bereider of leverancier van mengvoeders of enkelvoudige voedermiddelen is verplicht uitsluitend van een in Nederland gevestigde leverancier af te nemen die gecertificeerd is, waarbij aantoonbaar voldaan wordt aan de GMP-voorwaarden gericht op de borging van de veiligheid van de grondstoffen. Dit kan indien de betrokken ondernemer door het productschap GMP-erkend is, of indien de GMP-voorwaarden gewaarborgd worden op basis van een gecertificeerd ISO-9002- of HACCP-systeem. Voor een akkerbouwer als toeleverancier geldt als voorwaarde dat hij deelneemt aan het Kwaliteits Programma Akkerbouw (KPA). Indien een GMP-erkende ondernemer grondstoffen in het buitenland (niet zijnde Nederland, Duitsland en België) van een niet GMP-erkende leverancier koopt, dienen contractueel afspraken over het waarborgen van de veiligheid vastgelegd te zijn. Op grond daarvan dient de toeleverancier volgens de HACCP-principes aantoonbaar te maken op welke wijze hij de kritische punten in het gehele voortbrengingsproces vanaf teelt tot het moment van aflevering beheerst. Dit dient in een document vastgelegd te zijn, dat ten minste het volgende dient te bevatten: productspecificatie, procesbeschrijving (processtappen en condities), identificatie van de gevaren en kritische punten in het proces, de beheersmaatregelen voor kritische punten, de meetstrategie (monitoring) ter verificatie van de effectiviteit van de beheersmaatregelen. Voor het opstellen van zo’n document heeft het Productschap Diervoeder een handleiding beschikbaar (‘Kwaliteitsborging diervoedergrondstoffen; handleiding voor internationale (toe)leveranciers’). Bij de betreffende toeleveranciers worden hierop periodiek (onafhankelijke) audits uitgevoerd. Monitoring Ter ondersteuning van het monitoringprogramma van individuele bedrijven beheert het productschap de PDV-databank ongewenste stoffen en producten. In deze databank zijn de monitoringgegevens van de deelnemende bedrijven opgenomen die zij periodiek beschikbaar stellen. Voorts voert het productschap jaarlijks een monitoringprogramma op specifieke parameters in relevante grondstoffen uit, waarvan de resultaten ook in deze databank opgenomen worden. Dit monitoring-programma van het productschap dient mede als onafhankelijke verificatie van de analysegegevens die de bedrijven beschikbaar stellen. De deelnemers kunnen de databank via internet raadplegen. Laboratoriumonderzoek van producten dient te worden uitgevoerd door laboratoria die voldoen aan de Laboratoriumcode bedrijfsinterne controle diervoedersector van het Productschap Diervoeder. In deze zogeheten Labcode worden minimumeisen gesteld aan het kwaliteitssysteem van de laboratoria en van hun analysemethoden. Bovendien is deelname aan laboratoriumringonderzoek (proficiency testing) verplicht. Hierdoor is bij de bedrijfsinterne controles een voldoende kwaliteitsniveau gegarandeerd. De analysemethoden die als referentiemethoden gelden zijn door het productschap gepubliceerd in losbladige bundels. Voor het organiseren van laboratoriumringonderzoek heeft het productschap de Kwaliteitsdienst Landbouwkundige Laboratoria (KDLL). Iedere belangstellende kan zich jaarlijks inschrijven voor deelname aan de verschillende analysepakketten. Twee tot vier keer per jaar wordt hiervoor een ringonderzoek georganiseerd. Handboek GMP+HACCP Certificatie De audits om dit vast te stellen worden door de Keuringdienst Diervoedersector (KDD) van het productschap uitgevoerd, in specifieke gevallen bijgestaan door deskundigen van onafhankelijke kennisinstellingen (bijvoorbeeld TNO Voeding). Indien aan de GMP-voorwaarden is voldaan, wordt een erkenning voor twee jaar verleend. Een erkend bedrijf wordt opgenomen in een openbaar register. Dit register staat vanaf medio 2000 op de website van het productschap. Bij GMP-erkende bedrijven worden tussentijds inspecties (onaangekondigd) en audits (volgens afspraak) uitgevoerd. De inspecties betreffen ook administratieve en fysieke controle, inclusief monstername en onderzoek. De audits hebben betrekking op de beoordeling van het kwaliteitssysteem, de bedrijfsinterne risicobeoordeling en de toepassing van de noodzakelijke beheersmaatregelen, inclusief bedrijfsinterne inspecties en controles. Indien een GMP-erkend bedrijf niet meer voldoet aan de GMP-voorwaarden, rapporteert de KDD dit aan het productschap. Het gevolg hiervan is dat het productschap de erkenning opschort, tussentijds intrekt of niet verlengt na afloop van de erkenningsperiode. De procedure voor de GMP-regeling van het productschap is gebaseerd op de internationale standaard EN 45011. Onafhankelijke inspectie en controle Early Warning Systeem Productschap Diervoeder |